Candy Canes

Dit verhaal gaat over een dirigent van een groot orkest die tijdens het Kerstfeest samen met de muzikanten het Kerstverhaal vertelt. Helaas gaat dat niet helemaal zoals hij het zou willen. Maar daar heeft hij iets op bedacht. Lees maar…

 

 

“Hè!!! Wat is het hier toch weer een herrie. Kan het nou nooit eens een beetje rustig en stil zijn in de kerk??”De dirigent van het orkest slaat met zijn dirigeerstokje op de lessenaar. “Hoe kunnen wij hier nu op een zo mooi mogelijke manier het kerstverhaal vertellen? Al die muzikanten die wekenlang hebben geoefend proberen nu het beste te laten horen van wat ze kunnen. En wie zitten er dan weer de hele tijd tussendoor te praten? Die snotneuzen!” Hij draait zich even om en probeert een heel boos gezicht te trekken. “Hoesten, kuchen, om een snoepje vragen, even opstaan, even schuiven… alles maakt geluid. En dat is zo irritant. Is het nu zoveel gevraagd om eens twee uurtjes stil te zitten en even naar deze muziek te luisteren? Het is toch zulke schitterende muziek! Luister eens naar al die solisten! Hoe schitterend kunnen die zingen. Dit jaar lijkt het wel of er ergens een volière met nachtegalen heeft open gestaan en of die allemaal naar mij toe gevolgen zijn. Het is toch geweldig om op deze manier naar het Kerstverhaal te luisteren?! Schitterend!”

 

Al jaren lang is het hetzelfde liedje. De dirigent doet zijn uiterste best om een mooi muziekstuk op te voeren, maar dan zijn het altijd weer die snotneuzen die er tussendoor gaan zitten tetteren! Ieder geluidje hoort hij. Snotteren, kuchen, hoesten, schuiven op de stoel. Alles!

Ook vorige week was het weer zo ver. De dirigent was heerlijk aan het repeteren met het orkest. Het ging geweldig! Maar iedere keer als ze er helemaal inzaten, liep er weer zo’n kind de zaal binnen. Even iets pakken, even iets vragen, even vervelend komen doen! Zo irritant. Dus toen hij op weg naar huis liep, dacht hij: ‘nu moet ik iets bedenken om die kinderen stil te krijgen!’

 

Opeens had hij een geweldig idee… Hij is meteen naar de bakker gegaan om te vragen of hij hem kon helpen. ‘Het moet iets zijn waardoor ze lang hun mond dicht kunnen houden’, dacht de dirigent. ‘En wanneer houden kinderen hun mond? Als er iets in zit! En wat hebben kinderen het liefste in hun mond? Juist, snoep!’ Wat een geweldig idee van de dirigent. Zachtjes in zichzelf pratend liep hij verder in de richting van de bakker. “Maar dan moet het natuurlijk niet een gewoon snoepje zijn, want dat is veel te snel op. En wat gaan de kinderen daarna doen? Juist! Dan gaan ze weer aan hun moeder vragen om een nieuw snoepje! En dan hoor ik weer geluid. En dan gaan die moeders weer in hun tasjes zitten rommelen en dan maakt dat weer geluid! Het moet dus een groot stuk snoep zijn! Waar ze zeker twee uur lang mee kunnen doen!”

 

Toen hij bij de bakker kwam, trok hij geen nummertje, maar ging meteen bij de toonbank staan. “Dag bakker”, begon hij, “ik heb een vraag. Jij bent de enige die het Kerstfeest nog kan redden!” Snel legde de dirigent uit wat er aan de hand was en welke geweldige oplossing hij had bedacht. “Begrijp je wat ik bedoel?” De bakker knikt en geeft de dirigent een hand. Hij begrijpt zeker wat de dirigent bedoelt. Hij duikt meteen de bakkerij in om aan de slag te gaan. Want hij weet al wat voor soort snoep hij gaat maken. Er is namelijk maar een soort snoep waar kinderen twee uur mee kunnen doen: een zuurstok. Hij pakt een oud, dik boek van de plank en zoekt het recept voor zuurstokken op. Als hij het heeft gevonden, pakt hij alle ingrediënten en gaat aan de slag. Als het snoepdeeg klaar is, begint hij met het mooi rond maken van de stokken. En dan krijgt hij opeens een idee. Want wat als hij onderaan de stok nou eens een mooi lusje maakt? Hij roept een van zijn bakkersknechten om te testen of zij het ook zien. “Kijk eens goed, wat is dit?” De bakkersknecht kriebelt even onder zijn muts en kijkt de bakker vragend aan. “Ehm, het lijkt een beetje op een zuurstok, maar het ziet er een beetje gek uit.” De bakker kan niet langer wachten en hij pakt de zuurstok, die inmiddels hard is geworden, op van de bakplaat en houdt hem in de lucht. “Kijk dan! Zie je het nu?” Opeens ziet de bakkersknecht wat het is.  “Het is de letter ‘J’, wat grappig.” Met een goedkeurende blik legt de bakker de zuurstok weer terug op de bakplaat. “Weet je ook waarom het een ‘J’ is”, vraagt hij dan aan de knecht. Opnieuw kriebelt de knecht onder zijn pet. Maar nu weet hij het antwoord wel in een keer. “Omdat het bij het Kerstfeest allemaal om Jezus draait, dat moet het zijn.” De bakker geeft hem een klopje op zijn schouder. “Precies! Het draait niet om het muziekstuk, om de mooie kerststallen, het lekkere eten of de kerstboom, het draait allemaal om de geboorte van Jezus. Ik hoop dat de kinderen, als ze deze zuurstokken in hun mond hebben, daar aan denken.” De knecht vindt het een geweldig goed idee. “Maar dan weet ik ook nog iets”, zegt hij dan. “Dan moeten we er nog een mooie rode streep opzetten, die helemaal rondom loopt. Want dan ziet hij er extra feestelijk en koninklijk uit. Jezus is toch als koning geboren?”

 

Dat vindt de bakker een goed idee. Zo maken de bakker en zijn knecht die nacht wel duizend kerst zuurstokjes. Allemaal wit, met een rode baan er overheen. Op die manier is de dirigent tevreden, want alle kinderen zullen stil zijn tijdens de kerstviering. Maar wat nog veel belangrijk is, is dat de kinderen weten wie er tijdens het Kerstfeest de belangrijkste is. Het draait allemaal om Jezus.

 

Geschreven door Gerard Verkuil, op basis van een oud verhaal over de oorsprong van de candy canes. Als je ze nu in de kerstboom ziet hangen, weet je dus waarom ze daar hangen en hoe ze zijn bedacht.