Toetsen

Regelmatig krijgen we op school vragen over het verschil tussen de uitkomsten van cito toetsen en methodetoetsen. In onderstaande tekst gaan we in op die vraag. 

 

Het verschil tussen Cito- en methodegebonden toetsen is dat Citotoetsen

vaardigheidstoetsen zijn en methodegebonden toetsen beheersingstoetsen. Dit

betekent dat er met de methodegebonden toetsen wordt bekeken of de leerlingen

de lesstof die ze net hebben geleerd voldoende beheersen. In de Cito Toetsen

komen ook opgaven voor die makkelijker of moeilijker zijn dan de lesstof. De

methodegebonden toetsen sluiten dus goed aan op de lesstof, terwijl dat bij de Cito toetsen de minder het geval is.

 

De normering van de toetsen uit hetleerlingvolgsysteem is ook anders dan die van de methodegebonden toetsen. Bij de Cito toetsen wordt de uitslag vergeleken met die van alle kinderen in Nederland uit hetzelfde leerjaar.

 

De Citotoetsen worden doorgaans eenmaal per halfjaar afgenomen (zie de LVS toetskalender). Dit kan betekenen dat bij sommige kinderen een deel van de lesstof niet meer vers in het geheugen is opgeslagen. Bij de methodegebonden toetsen wordt altijd direct na een lesblok of hoofdstuk getoetst en dan is de lesstof nog niet weggezakt. Dit kan tot gevolg hebben dat kinderen voor methodetoetsen hogere resultaten hebben.  


De vraagstelling in de Citotoetsen kan ook anders zijn dan in de lesboeken op school. Dit hangt natuurlijk ook een beetje af van de lesmethode die gebruikt wordt. In bijvoorbeeld Cito toetsen rekenen zijn veel redactiesommen opgenomen.