Vernieuwingen onderbouw

Na de kerstvakantie zal de speelwerktijd (door de kinderen vaak genoemd “kiezen en werken”) anders worden georganiseerd dan voorheen. In het proces van vernieuwing en verandering in de kleutergroepen zijn we nu klaar om de volgende stap te maken: de kinderen meer autonomie geven. Autonomie houdt onder andere in dat  kinderen zelf zoveel mogelijk keuzes mogen maken over de activiteiten waar zij zich mee bezig willen houden. Juist voor jonge kinderen is autonomie heel belangrijk. Met name in hun spel kunnen jonge kinderen autonomie ervaren. Het spel is immers van henzelf. Hoe gaan we dat vormgeven? Zoals u wellicht al weet, zijn we in het voorgaande schooljaar voornamelijk bezig geweest om de speelleeromgeving te optimaliseren onder andere door het inrichten van verschillende “hoeken”. Dit schooljaar zijn we gestart met het beschrijven van ons leerstofaanbod. Dit houdt in dat we per doel dat in het onderwijs aan kleuters aan bod moet komen, hebben beschreven op welke manier de kinderen hier op onze school mee in aanraking komen. Dit kan zijn dat de doelen bijvoorbeeld aan de orde komen in de verschillende speelhoeken, tijdens het spelen op het plein of in de activiteiten in de kring.

 

Nu we dit overzicht compleet hebben, is het mogelijk om de kinderen zelf tijdens de speelwerktijd te laten kiezen waar ze willen spelen. Hierdoor komen we tegemoet aan de behoefte aan autonomie van de kinderen. Dit heeft een positief effect op het zelfvertrouwen van de kinderen en leidt over het algemeen tot een hogere betrokkenheid tijdens het spel dan wanneer een kind werkt aan een opdracht die door de leerkracht is bepaald. En hoe hoger de betrokkenheid des te meer ontwikkelingskansen voor het kind. Doordat de kinderen minder gerichte opdrachten krijgen van de leerkracht, hebben de leerkrachten meer gelegenheid om de kinderen tijdens hun spel te observeren en begeleiden. De ontwikkeling van de kinderen volgen we door middel van het observatie- en registratiesysteem Kijk 1-2. Aan de hand van dit systeem kunnen we zien welke onderwijsbehoeften een kind heeft en daarop inspelen. Dit kan soms ook door het kind een keer geen vrije keuze te geven maar uit te nodigen voor een activiteit in een bepaalde “hoek”  met als doel de ontwikkeling op een bepaald gebied actief te stimuleren. De term hoeken staat bewust tussen aanhalingstekens. Bij hoeken gaat het namelijk niet altijd om fysieke hoeken maar om plekken waar gespeeld kan worden. Dit kunnen ook activiteiten zijn als knippen of vouwen aan de tafel of schilderen op het verfbord. Het is mogelijk dat kinderen een aantal keren achter elkaar voor dezelfde activiteit kiezen, omdat juist die activiteit hun interesse heeft. Dit vinden wij geen bezwaar. Doordat een kind een activiteit vaker doet, wordt het daar meer bedreven in en heeft het ook de mogelijkheid om andere vaardigheden zoals het helpen van andere kinderen te verwerven.

 

Omdat we bij de inrichting van de hoeken de doelen uit zowel groep 1 als groep 2 als uitgangspunt hebben genomen, bieden de activiteiten de kinderen voldoende ontwikkelingskansen.

 

Wat is het verschil met hoe we voorheen werkten? Tot de kerstvakantie hanteerden we een systeem waarbij de kinderen 1 keer per dag een opdracht kregen van de leerkracht en 1 keer per dag zelf een activiteit mochten kiezen. Na de kerstvakantie mogen de kinderen 2 keer per dag (tijdens de speelwerktijd) zelf een activiteit kiezen waar ze mee aan de slag gaan. Uiteraard is er per activiteit een maximum aantal kinderen vastgesteld en zullen kinderen soms een tweede keus moeten maken als een “hoek” vol is. Dit hoeft geen bezwaar te zijn aangezien er per schoolweek 10 keuzemomenten zijn.

 

Doordat er geen vaste opdrachten meer zijn waar de hele groep aan werkt, hebben de leerkrachten meer gelegenheid om het spel dat de kinderen zelf kiezen te observeren en te begeleiden. Het doel hiervan is om goed te kijken waar het kind zelf voor kiest en door middel van onze begeleiding het kind een stapje verder te brengen in zijn ontwikkeling. Het aantal “werkjes” dat een kind straks mee naar huis brengt, zal dus niet gelijk zijn per kind omdat het afhankelijk is van de keuze die het kind maakt. Ook zullen de werkjes meer verschillend zijn qua uitvoering omdat we doelbewust het eigen werk van het kind stimuleren. Het doel is: niet heel veel “mooie werkjes” mee naar huis die door de leerkracht zijn bedacht, maar veel leren vanuit eigen initiatief  en begeleiding daarop van de leerkracht.

 

Uiteraard besteden we aandacht aan bijzondere dagen als moederdag, vaderdag, kerstfeest en dergelijke en is het mogelijk dat de kinderen dan een werkje maken dat wat meer door de leerkracht is gestuurd. Jonge kinderen zijn namelijk vooral gericht op de binnenwereld, ze worden beheerst door impulsen van binnenuit. Wij menen dat we daarop inspelen door tegemoet te komen aan die impulsen en  door daar met onze begeleiding en aanbod op verder te borduren.

 

Wij kijken er naar uit om op deze manier te gaan werken met de kinderen, mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van bovenstaande informatie dan kunt u hiervoor terecht bij de leerkrachten uit de kleutergroepen.